5443 – een terugblik door Leo De Vos

5443 – OORLOG, EN ANDERE SPELINGEN VAN HET LOT

5 april 1943.
Dag van gruwel en pijn, van hel en dood, brokstukken en scherven. Streven, nog altijd een beetje mijn Streven, maakte een moedige reconstructie, een aangrijpende evocatie.
Het hakte erin, trots uitgestrooide grappige anekdotes.

Vijfenzeventig jaar na het ondenkbare was hier weer het beeld van een plek, een dorp dat er niet anders uitzag dan de straten van Homs of Palmyra, televisie in al zijn lelijkheid. Puin is overal en altijd hetzelfde, onnoemelijk en onherstelbaar. De dood is dat ook. En ook de mens is kennelijk niet veranderd. En dan is er de schaamte die doet buigen en knielen en niet loslaat.
Ik schrijf dit omdat 5 april 1943 mijn eerste bijblijvende levenservaring is, mijn oudste herinnering, een avontuurlijke start in mijn kinderlijke geest. Wat weggedeemsterd met de tijd. Maar die avond in de Mark Liebrecht Schouwburg vielen fragmenten van het leven haast wonderlijk in elkaar. Enkele straten verder, zo drong het weer in alle heftigheid door, stond ik onbegrijpend en tegelijk onkwetsbaar aan de hand van mijn lieve moeder met spanning te wachten op wat komen zou. Aan haar borst gedrukt mijn jongere broer die, misschien daardoor, mijn beste vriend zou worden. Samen aangevallen door ‘friendly fire’, vriendelijk vuur, in onze taal nog onwaarschijnlijker en absurder. Boven de hoofden een bommenregen, een instortend huis, en verder een straat met haast honderd doden. En mijn lichtjes misplaatste opmerking ‘het riekt hier naar kapotte huizen’. En toch nog de genadigheid van het lot. Ook genadig voor mijn oudere zus in Sint-Lutgardis en voor mijn jonge vader die er een zonnige dag had uitgepikt om met zijn leerlingen een wandeling te maken in ‘het bos van den baron’.
Ik bedenk nu hoe mijn ouders de draad van het leven weer oppakten, met moed die haast niet te begrijpen is, met krassen en met pijn die ze angstvallig verborgen hielden.

Met de jaren kwam het besef dat ik ben opgegroeid op een plek die huilde van ellende en machteloosheid, een ruïne waarop mensen toch nieuwe bouwstenen legden. Naast een troosteloze kerk zonder toren, herleid tot onverwoestbare pilaren en muren werd ik een onbevangen, devote misdienaar in een noodkerk. De pastoor heette Van Emelen, de h was hij kwijtgespeeld in het bombardement, dacht ik wel eens. Dit was de Familia waar we later zouden dansen en drinken, het leven zouden vieren. En waar we nog later toneel zouden spelen. Met overtuiging en bezieling. Om te behagen en te winnen. De kerk was een toneelzaal geworden. Voor Streven waar ik mocht debuteren in een stuk van die goede René. ‘De scoor is blank’, zo vlug gaat dat. Met Remi, Marcel, Lea en Lieve. Ik gaf mezelf de prijs van de houterigheid. En tien jaar verder, o toeval, de prijs van de onhandigheid . In Vier maal anders rukte ik bij een echtelijke twist een lamp brutaal uit de handen van alweer Lieve. Het vuur van het spel ontaardde in scherven en bloed. Doek. Alex, in een prominente rol van verhuizer stond er hulpeloos naar te kijken. Alex van haecke dus die 75 jaar na de trieste feiten ging graven en wroeten in het puin van Mortsel. Hij maakte die vervaagde en verdrongen herinneringen weer wakker in het MLC, een plek die staat voor de weerbaarheid van mensen. Een onwezenlijke avond, zo heb ik 5443 ervaren. Lelijk en schoon tegelijk. Een relaas van zoveel dingen en gebeurtenissen, toen en later, het haalde allemaal de oppervlakte en het stemde weemoedig. Met een gevoelige Paul en Reinhilde om de toon te verzachten. Toen waren er geen speeches meer nodig.
Stilte is altijd sprekend.

Leo De Vos